Interview Ronald de Beijer

Ronald de Beijer op een zaterdag 15 november 2003. 

Wanneer ik mijn voorbereidselen tref voor dit vraaggesprek schiet me plots te binnen dat mijn eigen lidmatschap van de Gineinders bijna dag op dag vier jaar strekt, en tot stand kwam via een geheime list. (zie daarvoor “ Mijn eigen interview ”, nog uit te geven, -red.). 
Vier jaar geleden, om dat tipje van deze sluier alvast op te lichten, kende ik behalve de gebroeders Jansen en neef Voets (toen al tot ex–aangetrouwde familie verscheiden) van de Gineinders eigenlijk niemand. Het duo Louie Klerkx – Erik Van Roozendaal behoorde dan wel tot mijn vage kennissen, de rest van deze klup had ik nog nooit gezien.
Dat is inmiddels wel anders: ik heb drie BeWe's overleefd, en dus met de meeste Gineinders ook al geslapen. De ene leert zich al wat vlugger kennen dan de andere. Er zijn de luidruchtige (Harry), de zeer luidruchtige (Paultje, Rolf), de oorverdovende (Nek, Trog, Stip, Toot) en de orkaankrachtige pletwalsen (Marc, Perry). 

Ronald, oudste in lijn van de twee Ronalden en daarom handig bijgenaamd ‘den Beijer' is een stille. En dat komt niet omdat hij niet veel te zeggen heeft, integendeel. Bij de Gineinders is de omrekenfactor voor de parameters ‘geblaat' en ‘wol' omgekeerd evenredig, net als in het echte leven. Ik las ooit in een vaktijdschrift een diepte-interview met één van mijn lievelings-Kylies: “Wat Madonna probeert te bereiken door te schreeuwen, krijg ik door te fluisteren.- Kylie Minogue”. 
Ik geloof dat den Beijer inderdaad veel meer inhoud heeft dan volgens de Gineinder maatstaf wordt gemeten (lawaai). Dit vermoeden wordt onder meer door Erik van Rozendaal ( zie zijn interview ) gedeeld: “een groot intellectueel” (sic). Er is bewijs uit eerste hand: samen met Rolf hebben wij dit jaar een meer dan uitstekend Belgisch Weekend ‘2003 voorbereid. Binnenin zo'n Commissie wordt er –het zal u niet verbazen– regelmatig vergaderd. Nu kan de boog niet altijd gespannen staan, en praatten wij wel eens over de dagelijkse kalfjes. Ik herinner mij deze anekdotische conversatie.

– Zeg Leo, ik heb een probleempje met mijn SQL server: ik krijg gedurende de opstart een rare foutmelding. Het heeft iets met Java te maken, geloof ik. 

– (luchtig) Stuur die foutmelding maar naar mijn zakelijk adres. Ik ken zelf niks van SQL, maar misschien een collega ... (mijn zakelijk adres behoort tot één van de grootste IT service providers van dit land; met uiterst kundige SQL – specialisten, -red.) 

–OK.

________________________________________

 

[twee weken later] 

 

– Ronald, het spijt me maar mijn collega's komen er niet uit. Ze hebben zo'n foutmelding nog nooit gezien en weten niet waar het vandaan komt. 

– O maar dat geeft niks; ik heb het zelf al opgelost. 

– (ongelovig) A ja? Hoe dan? 

– Gewoon. Door de handleiding te lezen (wijst naar een flinke rij dikke SQL volumes, ter totale spanwijdte van de volledige Encyclopaedia Brittanica). 

– ... (paf) 

 

De voorbereidselen voor dit vraaggesprek bestonden uit pen, papier en mijn braspak. Net als precies vier jaar geleden wordt vanavond immers het 11–11 bal gevierd. Maar dat is voor later zorg; met koffie (ik ) en Palm (Ronald) zitten we heden ten Huize Van Alphen tegenover elkaar, en 

 

1. steken van wal. 

 

Interviewer: Vertel het maar. 

Ronald: Ik ben waarschijnlijk de enige Gineinder die nooit heeft gehockeyd. De rest van mijn inloop is wél klassiek, via het leren kennen van Ton Vugts, het pompen en het zuipen ... 

Als ‘aspirant-lid' heb ik eerst een jaar mogen rondkijken voordat ik werd onderworpen aan de proeven van bekwaamheid. Samen met Eric van Kemenade was dat, en ik moet zeggen: wij waren beiden onder de indruk van deze ‘zware club': haar stijl van doen, haar vergadertechniek, ... 

Interviewer: Ho,ho,ho. Wie was er toen Veurzit? 

Ronald: (berustend) Dat was inderdaad Hans, een échte voorzitter. Hij leidde de Algemene Leden Vergaderingen met strakke hand. Ik herinner me dat Jaantje in die tijd tégen alles stemde. Hem vond ik maar een enge man, in het begin. Ook tegen ons (Eric en Ronald, -red.) stemde Jaantje uiteraard. Maar goed, de meerderheid was vóór en zo begon voor mij de ontgroening. 

Interviewer: Vertel, vertel! 

Ronald: (lacht) Och, dat had niet zoveel om het lijf. We moesten allebei elf bier opdrinken in evenveel minuten, geloof ik, en vervolgens met ons hoofd in een houten namaakplee onze rechterhand opsteken en eeuwige trouw zweren. 

Interviewer: Trouw aan wat? 

Ronald: Dat weet ik niet meer precies; besef alstublieft dat mijn hoofd in die bak nogal wat resonanties te verduren kreeg en de meeste Gineinders door intensief pilsgebruik allang niet meer verstaanbaar konden schreeuwen. Laat we het vndaag maar houden op “trouw aan het gedachtegoed van de Gineinders”. 

Interviewer: (teleurgesteld) Jaja: zuipen, schreeuwen en moeilijk doen ... 

Ronald: Dat hoor je mij niet zeggen. 

 

2. het carna–belang 

 

Ronald: Ik heb HTS autotechniek gestudeerd in Apeldoorn, later in Arnhem. De weekenden bracht ik liefst door met de Gineinders, die waren daarvoor veel te leuk gezelschap. Een ritje Sparta-mét (*) vanaf Gemonde, zo begon mijn vrijdagavond dus telkens. Lekker fietsen was dat. (* = een fiets met hulpmotor, red.). Ik ben lang een ‘dom' (nietsdoend, contributie betalend) lid geweest. Behalve voor een aantal carnavalswagens, en dan met name de technische details. Zo heb ik eens de ontsteking van een confettikanon ontworpen, voor een Gineinders carnavalswagen. Er was daarvoor al een pijp van 100 mm doorsnee op een vierkant frame gelast. De samenpersing van lucht, acethyleen en de vonk van een bougie (aangedreven door een accu en een oude claxon, -red.) gaven een knaleffect. Echt knoeperhard ging dat! Precies wat de Gineinders wilden. Toen we met dat kanon de Markt bereikten, dat was het einde van die carnavalsoptocht, was onze confetti allang op. Geen enkele andere groep wenste ons nog van zijn voorraad te ‘lenen', en daardoor werden bepaalde Gineinders een beetje baldadig ... 

Interviewer: Ik zat erop te wachten! 

Ronald: Eerst werd de jas van Marc geofferd. Iedereen de vingers in de oren en ... kaboem! Daar werd finaal een gat doorheen geblazen. 

En toen moest Paultje natuurlijk. 

Interviewer: (verschrikt) Paultje, daarmee een gat dwars door zijn pens? 

Ronald: (lacht) Neen; Paultje plaatste zijn bouwhelm op de loop van het kanon; vervolgens werd de apparatuur ballistisch naar het zenit gericht, en ..badang! (berustend) Die helm hebben we nooit of nooit meer teruggezien. Dat kanon heeft wel veel zure gezichten, wat gebarsten ramen en een reprimande van de burgemeester opgeleverd. 

Interviewer: (gniffelend) Toch een succesje, dus. 

Ronald: Dat hoor je mij niet zeggen. 

 

3. Beijer Autotechniek 

 

Interviewer: Vertel dáár eens iets over. Dit zal de meeste Gineinders interesseren, want ze zijn zót van auto's. 

Ronald: Ik ben met dit bedrijfje begonnen in de schuur van mijn pa. Ik repareerde, sleutelde en prutste aan alles wat geld opleverde: in het begin was dat vaak met schade door ongevallen, maar ook elektronica. Ik moet zeggen dat de Gineinders altijd goeie afnemers zijn geweest. Alleen de schade is de laatste tijd wat afgenomen, haha. Wat ik nu doe, is voornamelijk toegespitst op auto-elektronica: ik ben een inbouwspecialist geworden. Voor vele toepassingen (denk aan GPS, routeplanners, etc.) zijn de elektronische schema's gewoon niet te verkrijgen in de handel. Als ze al gepubliceerd worden, is dat vaak maanden ná het verschijnen van een nieuw model. Wij zoéken het schema: alle aanwezige elektronica van een nieuw model wordt doorgemeten en herschreven in een monteurvriendelijke taal. En vervolgens beschikbaar gesteld op het internet; Siemens VAB Frankfurt bijvoorbeeld heeft een online verbinding met onze database. Tegen betaling, uiteraard. Aanstaande woensdag krijg ik weer een autojournalist op bezoek voor een interview. Eén van de eerste die dat straks zal lezen is Ronald van Lankveld: die volgt dat allemaal op de voet. Dat komt door zijn vak: hij werkt voor een leasemaatschappij. 

 

4. de draaglijke lichtheid van de Commissies 

 

Interviewer: Waar ben jij tegenwoordig zoal lid van? 

Ronald: De Commissie Laatste Zaterdag van de Maand, afgekort LZVDM. De mechanische basis is een steeds herhalende afspraak in het kalendergedeelte van mijn Outlook, waarmee je ook e-mail kan versturen. De ‘trigger' is elke laatste zaterdag, knoeperhard (lacht), en dan gaat er vanzelf een e-mail uit aan alle Gineinders, met het bekende subject. 

Interviewer: (verlekkerd) Techniek, ik ben er dol op. 

Ronald: Dankzij mijn Outlook is de LZVDM een zeer stabiele Commissie, met minstens één activiteit per maand. Helaas is de belangstelling van de Gineinders zeer labiel: ik heb het meegemaakt dat we nog maar met z'n tweeën (2) om twaalf uur naar huis treurden. 

Interviewer: (ongelovig) Komaan! 

Ronald: Misschien wordt het tijd voor een nieuw initiatief, ik denk bijvoorbeeld aan een tweede zaterdag van de maand. Al zou dat bij nader inzien wellicht andere Commissies in de wielen rijden (Ronald alludeert hier op de Commissie Eerste Maan–, Dins–, enz. t.e.m. Zondag van de Week, -red.) En niet te vergeten: door de Algemene Ledenvergaderingen vier keer per jaar in te richten op een laatste zaterdag, is er vanaf die hoek ook al overlap..

Interviewer: Dat zul je altijd zien: een goed idee kun je zelden voor jezelf houden. 

Ronald: (zuchtend) Bovendien wordt de continuïteit allerminst ondersteund door de verscheidene levenspartners. Er zou een aparte Commissie opgericht moeten worden om Gineinders vier á vijf keer per maand ver weg van de echtelijke sponde weg te houden ... 

Interviewer: Dat staat hiermee genoteerd. 

 

5. Het bestuur 

 

Ronald: Mijn gedachten en gevoelens gaan hierbij nogmaals naar Hans Rademaker. Een leider die kon sturen met krachtige hand, die bovendien een prachtig jargon introduceerde op de ALV: (likkebaardend) ‘w.v.n.o.t.k.' bijvoorbeeld (wat verder nog op tafel komt, red.) 

Interviewer: Maar ik had nog helemaal geen vraag gesteld?. 

Ronald: (onverstoorbaar) Tegenwoordig is het allemaal wat vrijblijvender. Tsja, je kan er niet omheen dat ‘het' wat ouder en daarmee uit zichzelf wat serieuzer werd. Maar goed, het huidige bestuur op een rij. Toot doet het erg leuk; hij krijgt desondanks veel commentaar, wat ik niet goed begrijp. Misschien is het wel Gineinder eigen om hun eigen vaders af te maken. Tenzij ze Hans heten (grinnikt), of Marc, die heeft ook zo'n natuurlijk overwicht. Onze Penning : Stip zit daar goed op zijn plek. Eric : een secretaris ‘every inch'. Ik vind het zeer verbazingwekkend dattie wil stoppen... 

 

6. Arche Type 

 

Ronald: (beslist) De Stip. Een Gineinder ‘Grand Cru', Eerste Klas. Kijk naar zijn gestalte; hij is er altijd en overal bij...(lacht hardop) ...zijn levensstijl. Ik herinner me een keer dat ik Ten Huize Stiphout mocht blijven slapen tijdens een carnaval van lang geleden. Om negen uur 's ochtends werd ik wakker gemaakt; om kwart over negen stonden we te ontbijten in friettent ‘De Vink', en om kwart vóór tien stonden we aan ‘Den Bes' te bellen voor onze eerste kwak ochtendpils. (verzaligd mijmerend) ... dát waren nog eens tijden! 

Interviewer: En voor onze nationale lezertjes? 

Ronald: Youp van ‘t Hek komt het dichtst in de buurt: beschouw zijn formaat, schedelbegroeiing, zijn laveloos lullen over de kroeg, ... 

 

7. Het Project Plan 

 

Ronald: Weet je wat mij nu net te binnenschiet? Een stadavond! Het Belgisch Weekend leent zich daar niet altijd toe, omdat we nog maar uiterst zelden in een stad logeren. Met de Gineinders één keer per jaar gaan eten/stappen in telkens een nieuwe stad, daar zou ik me nog eens voor willen inspannen. T.a.v. de Commissies wil ik tenslotte dit kwijt: de meeste zijn te vrijblijvend. Er is ook geen filter voor, noch duidelijk plan of streefdatum. Het meest diffuse voorbeeld in deze was de RAKA. (Inmiddels ter ziele gegane Commissie Race en Karting, -red.) Maar eigenlijk kun je dat ook zeggen van de Jung Jungskes/ Ouw Mennekes Commissie, en van de Commissie kielen. Eén van de charmante aspecten van carnaval is voor mij dat je in cafeetjes en situaties verzeilt waar je anders nooit komt. Met het Lochte Nôte-beleid van de laatste jaren is een streep gehaald door onze dweiltochten van Noord naar Zuid. Verrassende gesprekken op onverwachte plekken zijn daardoor niet meer mogelijk: jammer. Planning is juist een a–typische Gineinder eigenschap, schrijf het zó maar op. De toekomst van de Gineinders? Prima, als deze lijn zo gehandhaafd blijft. Dan halen we zeker de 33 jaar. 

 

8. slogan 

 

‘We vatten nog één' 

Ondertussen zijn Stip en Rolf binnengerold, want zij gaan mee naar het 11–11 bal. Dat wil zeggen: Stip rookt sigaretjes, Rolf rijdt straks zijn zwarte uitgebouwde BMW met leren sportstoelen met ons erin gepropt, en een klein stuur. Ze zien ons zitten en komen er bij. Stip wil zich beleefd terugtrekken wanneer hij verneemt dat we met het interview bezig waren. Rolf is minder gereserveerd en voegt aan dit verslag spontaan zijn eigen slogan toe: 

 

“Er moet meer geneukt worden. Klaar!” 

 

Zo is dat. 

 

Leo de Peo.

Wie is er online?

We hebben 21 gasten en geen leden online

Agenda

<< September 2018 >> 
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
       1  2
  3  4  5  6  7  8  9
10111213141516
17181920212223
2425262830

Aftellen Carnaval

Carnaval 2018

Countdown
afgelopen


Sinds