Interview Hans Rademaker

Hans Rademaker.

Eén van mijn goede voornemens voor dit kalenderjaar heette: deze interviewcyclus nu eens niet te laten verslonzen. Daarom lanceerde ik tegen het einde van 2006 een oproep die hierop neer kwam: “Wie eerst?”.
De eerste was Hans. We spraken af te mijnen huize op de tweede woensdagavond van januari ’07 om halftien.
Om vijf voor halftien kreeg ik telefoon: Hans was net vertrokken uit Driebergen wegens onverwachte verplichtingen maar zou tegen tien uur alsnog in Schijndel kunnen landen, en of dat uitkwam?

Het tekent al een beetje de profielschets van deze Gineinder: er zijn er die zich netjes aanmelden, zelfs al wordt het een  beetje later. Ze zijn dan toch niet allemáál wereldvreemd.
Voor uw gemak heb ik opgezocht dat Hans Rademaker ongeveer even oud is als de leden van Rozendaal, en op dezelfde datum als Bas lid is geworden van de Gineinders. Deze wetenswaardigheden worden zorgvuldig bijgehouden in de ledenlijst, waarvan mijn kopie jaargang ’07 een roze kleur heeft, maar dat doet verder niet ter zake.

Op de afgesproken tijd staat Hans bij mijn voordeur, en met een bak koffie wordt dit vraaggesprek in gang gezet.

1. Het begin.

Interviewer: Maar Hans toch, hoe geraakt zo’n intelligent, succesrijk en verantwoordelijk burger toch verzeild bij een bende gekken als de Gineinders?
Hans: Ik heb in het begin van de jaren tachtig Erik en Bas van Rozendaal leren kennen, ondermeer in het Grifke. In het ouwe café van Peer Wouters (tegenwoordig het Kroontje, –red.) heb ik kennis genomen met de vroege Gineinders.
Marc en Gilbert waren daar ook dikwijls te vinden, en zoals je weet is één van mijn zussen nog een mevrouw Ton Vugts geweest.
Interviewer: Ha, daar wordt de klassieke driehoek al zichtbaar: Tankstelle, Hockey, Zaufen.
Hans: (meewarig) De beslissing om lid te worden was niet erg doordacht. Vergelijk het met het Vreemdelingenlegioen: één keer erin kom je er nooit meer uit.
De Gineinders hebben analoog daarmee een ingang, maar een uitgang is er niet; je mag gerust opschrijven dat het een dronkemansimpuls is geweest.
Al zag het er best een leuk clubke uit: allerlei personen van divers pluimage kleurden de boel tot een ongeregeld maar interessant geheel: de ongedwongen ‘niets moet, alles mag’ filosofie werkte zeer aanlokkelijk.
Interviewer: Vertel eens over jullie ontgroening, en bespaar ons geen enkel detail!
Hans: (lacht) Toen bestond dat nog niet; die hebben wij zelf ingevoerd ...
Interviewer: ???
Hans: ... nadat we eenmaal ‘binnen’ waren. Vrij spoedig daarna zijn Erik, Bas en ik het bestuur gaan vormen.
Interviewer: Nogal wat Gineinders kijken met veel ontzag terug naar die periode, dat vind je vaak terug in deze interviews. Ik citeer: “ ... en daarmee kwam er eindelijk structuur in de club”. 
Hans: Dat konden ze wel gebruiken in die jaren, inderdaad. Bas was toen al juridisch geschoold –daar heeftie overigens twaalf jaar over gedaan- en daardoor de aangewezen man voor het secretariaat. Erik met zijn wetenschappelijke achtergrond bleek een perfecte penningmeester, en om onbekende reden ben ik tot voorzitter verkozen.
Interviewer: Uit die tijd dateren de statuten!
Hans: In 1988 moet dat zijn geweest; opgesteld bij de werkgever van mijn moeder , een notaris. In datzelfde jaar hebben wij via Eric van Kemenade een rekening geopend bij de Rabobank en waren wij één van de eerste verenigingen met een electronische incasso.
Interviewer: Dol op techniek, daar heb je ’t weer.

2. Het Belgisch Weekend

Hans: Nieuw was ook de voorbereiding van het BeWe. De traditie om met de min of meer volledige club, al dan niet vergezeld van vriendinnetjes ergens gezamenlijk een weekend te verblijven bestond al enkele jaren, maar Erik en ik hebben voor het eerst écht activiteiten voorbereid. Wij prospecteerden de kampeerplaats om te bekijken wat daar al aanwezig was qua vertier en overige mogelijkheden ...
Interviewer: Zolang de Gineinders er maar per auto naartoe konden!
Hans:
... (lacht) we hebben in Laroche eens een speurtocht uitgezet, en zo de Gineinders voor het eerst te voet gesteld. Ze werden in drie groepjes uit een busje gedropt met een aantal opdrachten waarmee, als ze die oplosten, een routebeschrijving naar ons kampterrein te puzzelen was.
Wij wachtten hen daar op met een barbeque.
Het eerste groepje arriveerde een half uur later, een tweede groepje had er ruim drie uur voor nodig, en de derde groep hebben we die nacht niet meer teruggezien...
Interviewer: (hilarisch) Gilbert Bosmans, de Stip en Bart van Kaathoven!
Hans: Inderdaad. Die hebben onderweg een huis gekraakt.
Tot de échte bewoner –ook al een beetje mistig– thuiskwam rond vier uur in de ochtend, er die vreemde slapers aantrof, hen sommeerde te vertrekken, waarop onze vrienden de man oprecht verbaasd vroegen wie hij dan wel was en waarom?
Toen dat tenslotte helder werd zijn ze toch maar opgekrast en pas tegen het ochtendgloren bereikten ze dan eindelijk het kampement waar ze enkel nog wat zwartgeblakerde satéstokjes aantroffen.
Interviewer: (gniffelend) De legendarische zorgreflex der Gineinders!
(Hans vertelt geestdriftig over de onvergetelijke belgische weekends, afleveringen mét en zónder vrouwelijke aanhang, maar de bijhorige anekdoten zijn al door andere geïnterviewden aan bod geweest en daarom veranderen we nu het onderwerp, – red.)

3. Coup!

Interviewer: De Gineinders zijn allergisch voor het woord ‘coup’. Vertel.
Hans: In de begindagen telden de Gineinders een aantal ‘rechte stelletjes’ en daarnaast nog enkele vrouwelijke leden, die vonden dat ze tekort gedaan werden, er niet goed met het geld omgegaan werd ...
Interviewer: Natuurlijk. Het lapsysteem!
Interviewer: Goed voorbeeld. Als de Gineinders bij elkaar waren werd er gelapt om de drankjes ‘vóór te financieren’. De inleg was voor iedereen gelijk, of je nou tien pils innam of twee spa rood, dat maakte niks uit. Gelijke monniken, gelijke tarieven. Volgens een breed geaccepteerd socialiesties beginsel, dat tot vandaag wordt gehandhaafd. Overigens werd er harde strijd gevoerd om uit te maken wie de pot bijhield; die keuze werd dan weer beslecht op grond van een ander principe: het recht van de sterkste. De divergentie tussen de ‘langzame’ en de vijfmaal–zo–snelle drinkers bracht een zeker ongenoegen teweeg bij de benadeelden.
(De redactie heeft het getest: de tijd voor het ledigen van 25 cl pils door een snelle Gineinder is gelijk aan de duur van een oogknipper, –red.)
Het bleek onmogelijk in zo’n situatie op een redelijk gemiddelde te sturen.  Bovendien waren in dat tijdsfragment de meeste activiteiten eerder toegespitst op vrijgezelle mannen dan op vaste verkeringen, laat staan op onze dames–leden.
En dat heeft geleid tot een afsplitsing.
Interviewer: (teleurgesteld) Geen machtsovername dus?
Hans: Welneen. Een beperkt aantal clubleden hebben lángs de Gineinders een nieuwe vereniging opgericht, waarvan ik me naam niet herinner. Ze hebben nog minstens één carnavalsoptocht meegelopen, maar daarna is er niks meer van gehoord.
Interviewer: (wuift het ongeïnteresseerd weg) Pek en veren!

4. Schijndel über alles

Hans: Dat is inderdaad niet al te zachtzinnig gegaan ...
(voorzichtig) Laat ik het zó stellen: de Gineinders waren nog geen ‘mannen van de wereld’, zoals nu.  De meesten waren in die periode nog niet zonder begeleiding van hun ouders verder dan vijf kilometer buiten Schijndel geweest. In hun visie was Schijndel het Walhalla, Brabant was ook nog heel goed, maar al de rest was dus héél fout. Die vaste geloofsovertuiging waren ze bereid te verdedigen met argumenten, zonodig doorslaande.
Dat kwam bijvoorbeeld tot uiting wanneer ze uit gingen hockeyen, vooral tijdens toernooien. Er werd daar flink wat afgeruzied op en naast het veld, zodat Erik en ik
nogal eens tussenbeide moesten springen ... sommigen werden recalcitrant na drie bier.
Interviewer: (geschokt) Toen al!
Hans: Een spektakel op zich. Je hebt de verhalen ongetwijfeld al opgetekend: enorme tenten, donkere landwegen, brommersporen, stereomeubels, nachtlawaai, de mirakuleuze verschijning van een Vat Vol Pils in de Gineinder Tent, toevallig vijf minuten na sluitingstijd van de organiserende thuisclubkantine. Om één of andere manier hadden de Gineinders daar dan telkens hé–le–maal niks mee te maken ...
Interviewer: (verwonderd) Hadden de Gineinders vijanden?
Hans: Jazeker. Er liepen, vooral bij H.C. De Hopbel, van die dikke kalende veertigjarige mannetjes rond –precies zoals de Gineinders er vandaag uitzien–  waarmee de Gineinders voortdurend mee overhoop lagen.
Van deze hockeyclub hebben de Gineinders zich dan ook, zij het onder lichte dwang, afgesplitst.
Interviewer: (begrijpend) Tot vandaag: alle nog actief hockeyende Gineinders spelen voor www.hcliempde.nl

5. de natuurlijke reflex

Interviewer: (sluw) Als oppassende vaderfiguur weet jij vast wat smeuïge karakters te schetsen.

Hans: (diplomatisch) Al waren de meeste Gineinders vóór hun twintigste levensjaar niet erg fijnbesnaard inzake omgangsvormen, hun humor was wel een krachtig bindmiddel.
Interviewer: (likkebaardend) Mijn pen staat op scherp.
Hans: Neem nu Bas. Bas is een sociaal type, tot op een zeker niveau. Maar op een zeker moment, zoals tijdens het legendarische BeWe in Grauw, Friesland, gaat ie toch solo een kroegentocht doen, en pas laat op de avond kwamen we hem dan weer tegen, in een plaatselijke disco, in vol ornaat (lees: blote torso) bovenop de speakers, vervaarlijk zwaaiend met zijn braspak.
Met een wilde blik in zijn ogen; hij herkende ons niet eens ... (schatert).
Er is in datzelfde Grauw nog een incident ontstaan door het ‘onrechtmatig’ verspreiden van de ledenlijst, zodat in de periode die daarop volgde enkele vrouwen uit de Grauwstreek ongewenst contact zochten met bepaalde Gineinders, wat dan weer leidde tot vervelende vragen bij de vriendinnen van die leden ...
Interviewer: ... en een streng verbod op het verspreiden van die lijst!
Hans: Er bestond toen een drie–eenheid in de personen Bart Steenbakkers, Gino & Toot, die boezemvrienden waren. We gingen dan bijvoorbeeld een eindje varen met een boot, uiteraard een gemotoriseerde (!), en omdat die tocht te saai bleek voor dat trio hebben ze Bart maar overboord gegooid. Want die droeg toch al geen kleren meer.
Vervolgens hebben die twee anderen daar kringetjes van twintig meter omheen gevaren: Gino aan het roer, terwijl Toot met een megafoon (!) de drenkeling maar blééf aanmanen dat het op die plek ten stréngste verboden was om natuur te zwemmen.
Toen we dan uiteindelijk voltallig terugkeerden stond Ton T. ons op de kade op te wachten, blij rondspringend in adamskostuum. Dat gebeurde best frequent, eigenlijk. Het ‘streaken’ was nogal in de mode, vooral bij deze Gineinder.
Tijdens diezelfde aankomst ging Marc V. om onduidelijke reden kopje onder, en het eerste wat we opnieuw van hem terugzagen was zijn ... portemonnee! Die had hij als eerste veilig gesteld. Hij miste echter nog zijn bril.
Ton T had niks in de gaten, die bleef maar op en neer die kade paraderen, de visuele toekomst van Marc bleef echter bepaald vaag. Tenslotte is de bril gevonden dankzij de belangeloze inzet – uiteraard zonder kleren–  van de overige bemanning.
Dat was net op tijd, want er kwam al rook uit Marcs neusgaten.
Interviewer:  Meer! Meer! Meer!
Hans: ... ook weer tijdens een boottocht, deze keer per kano, kiepert Bas om.
En ja hoor, na drie angstige minuten, ... het eerste wat bij hem bovenkwam was een fles bier, die hij naar eigen zeggen nooit had losgelaten.
Interviewer:  Zo kennen wij ze weer.
Hans: Die Belgische Weekends leverden trouwens niet alleen veel prettige momenten op. Ik beleef nog steeds veel genoegen aan de ‘survival’ weekends, waarop we zelfs een keer zijn afgedaald met een gids– speleoloog. In die enge krochten en gangen waren sommige Gineinders niet erg op hun gemak, maar het vertrouwen in elkaar is er zeker door gegroeid. (Hans geeft een gedetailleerde beschrijving met helm, touw, op handen en voeten onder water kruipen om aan de andere kant weer boven te komen ... brrr.)

6. Denktank

Interviewer: Hoe kijk je vandaag tegen de Gineinders?
Hans: Het is duidelijk veranderd, zeg maar van een jongensachtige groep met hier en daar nogal bekrompen gedachten, naar een meer wereldwijze club ruimdenkende, .... euh, ... mannen (ginnikt).
Maar, dat is het leuke, hun basiskarakters en –eigenschappen blijven altijd terugkomen, met inbegrip van de jongens–onder–mekaar cultuur.
Je kan er natuurlijk niet naast kijken: we zijn behoorlijk productief geweest: kinderen, persoonlijke aanwas (beschrijft met zijn handen de gemiddelde Gineinder omvang), bedrijfsleiders, ...
En toch heerst er nog steeds een ongedwongen loyaliteit; het is een moeilijk te beschrijven band.
Interviewer: Wat zouden de Gineinders nog kunnen bereiken?
Hans: (denkt diep na)
...
De aanleiding voor de Denktank was een studiegenoot van Bas (Fiscaal Recht), die op een nacht van zijn bed werd gelicht door de recherche op verdenking van grootschalige BTW fraude. Dat is destijds nog in de landelijke pers verschenen.
Deze jongeman had een constructie opgezet met de aankoop van een fiets ter waarde van 50 gulden die hij vervolgens door een aantal B.V.’s had gesluisd, daar BTW over geheven, die hij vervolgens terugvorderde van de Nederlandse staat.
Die carroussel had hem uiteindelijk netto bijna 350 miljoen opgeleverd.
Interviewer: En de Gineinders op gedachten bracht: “Dat kunnen wij beter!”
Hans: Dat was een inderdaad eye–opener, die de dorpse mentaliteit van sommige Gineinders overwon, zodat zij zich begonnen te mengen in de feesten van studentenveregingen. Eerst nog schoorvoetend in Tilburg, later ook in Nijmegen enzovoort.
De Denktank heeft overigens nimmer iets lucratief opgeleverd.
Ik denk dat we als club momenteel in een soort Interbellum zitten, een vacuüm waarin het loopt zoals het loopt, een richting of een doel is er niet.
Wat ik nog eens zou willen bereiken, is een vergadering als een vergadering laten verlopen. Dat schijnt nu onmogelijk, maar daar zouden wat mij betreft medailles voor uitgereikt mogen worden.
Wij zouden bijvoorbeeld eens iets kunnen terugdoen voor de samenleving: het Gineinder beleid tot heden was hoofdzakelijk gericht op plezier, en misschien wordt het tijd om eens een ander terrein te verkennen, ‘new frontiers’ op te zoeken...
Interviewer: En daarmee bedoelde gij natuurlijk niet: bloedgeven of zo?
Hans: (ernstig) Je ziet bepaalde tendenzen trouwens al gebeuren, met Perry, Rolf en Dakar, ... iets waar we trots op kunnen zijn.  (zie www.tireless.nl , –red.)
Maar dan gedragen door álle Gineinders.
Interviewer: Begin dan maar eerst met een presentatie in eigen kring: ‘Hoe word ik rijk’!
Hans: (lacht)

7. Over het bestuur

Hans: Louie (onze nieuwe voorzitter, –red.) met zijn speciale karakter, is niet zo iemand die alleen maar aan anderen vertelt wat ze moeten doen en vervolgens zelf niks uitvoert. Daar zit zeker muziek in. Het financiële gedeelte is in goeie handen bij de Stip –transparant en goed geregeld, altijd belangrijk– . De rol van secretaris, tja, dat zit vanaf de periode Eric van Kemenade ook wel goed, met een historische verslaggeving (grinnikt).
Interviewer: Kom op, spaar ons niet!
Hans: Ik denk dat er ook een goeie oplossing gezocht moet worden voor de relaties met Hartige Taarten, Lochte Noten, enz.
Een modus operandi, om die samenwerkingsverbanden op een natuurlijke wijze, met de diverse ‘bloedgroepen’ (lacht) tot vruchtbare... wasdom te brengen.
Interviewer: Hoe extreem van elkaar verwijderd de ideeën af en toe ook zijn!
Hans: Het hangt samen met dat in oorsprong communistische, Leninistische karakter, dat tezelfdertijd anarchistische trekjes heeft. Het blijft natuurlijk een moeilijk te besturen club; we moeten de lat niet te hoog leggen uiteraard. 
(mijmerend)  Maar er liggen zeker goeie mogelijkheden: proberen in kleine groepjes aan te pakken. Wanneer dan beperkte opdrachten écht opgepakt worden, sta je als groep veel sterker. De Gineinders hebben toch behoefte aan een soort leiderschap, zonder dat dat heel formeel hoeft te zijn, maar ...
(we lachen ons naar buiten voor een nicotinepauze)

8. Commissies

Interviewer: Bommen los.
Hans: Persoonlijk heb ik niks met carnaval.
De Gineinders hebben véél meer potentie dan dat.
Maar!
In de sociale hiërarchie die in Schijndel bestaat, met name in het carnavalsgebeuren, zijn de Gineinders een gevestigde naam geworden. De Commissie van de Lochte Noten heeft daar trouwens ook een mooie rol in gespeeld.  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat we als vereniging toch wat meer serieus genomen worden. Kijk maar naar het Tentenplan, dat vanaf 2007 toch is verwezenlijkt, al hoeven wij er zelf geen hand naar uit te steken.
Interviewer: (gretig): Dat was inderdaad een Gineinder idee. En dat volstaat.

9. Arche type

Interviewer: In één woord?
Hans: Asterix & Obelix.
De Gineinders zijn rare snuiters die altijd overeind blijven, en ondanks het feit dat ze niet noodzakelijk op één lijn opereren, altijd onverslaanbaar zullen blijken voor invloeden van buitenaf.

‘Rare jongens, die Romeinen.’

Interviewer: Wij danken u voor dit gesprek.
 

Wie is er online?

We hebben 25 gasten en geen leden online

Agenda

<< Juli 2018 >> 
 ma  di  wo  do  vr  za  zo 
        1
  2  3  4  5  6  7  8
  9101112131415
161718202122
232425262729
3031     

Aftellen Carnaval

Carnaval 2018

Countdown
afgelopen


Sinds