Interview Christiaan Jansen
Chat met Christiaan, donderdag 27 juli 2004
wat vooraf ging:
Ik word ontvangen in de grootste privé–tuin van Schijndel, achter het Grootste Huys van de Hoofdstraat. Het is er acht uur en nog lekker warm; de vogeltjes kwetteren een bomenlied, de koffie staat op de massieve hoftafel. Met warm weer kan dit buitenluchtmeubel ook gebruikt worden voor een flinke barbecue, zo blijkt.
Mieke Voets, de moeder van mijn onderwerp, vraagt of ik er misschien nog een stuk taart bij wil. Het leven van uw reporter hoeft niet per se alle dagen honds te zijn.
Interviewer: En hoe is het leven nu?
Christiaan: Gewoon. Neutraal. Wel tevreden. Dat heb ik geleerd van deze vrouw (wijst op zijn mama die zo onopvallend mogelijk informeeert of we misschien nog melk of suiker believen; we wijzen haar aanbod vriendelijk af ).
Met niets tevreden zijn, alle extra's zijn goed. Al ben ik op dit moment nog een beetje sjagrijnig, door de stomme schuld van de Taiwanezen.
1. Werk
Wat ik doe: problemen oplossen. Wij maken moederborden, VGA kaarten * etc.
( Een PC heeft een kaart nodig om een zichtbaar beeldscherm te genereren. Het aantal en de resolutie zijn afhankelijk van de hoeveelheid geheugen op de kaart. De snelheid van de grafische kaart is afhankelijk van de grafische chip(s) én van de geïnstalleerde softwaredrivers. Er zijn VGA-kaarten met speciale 3D-chips die zijn geoptimaliseerd voor multimedia en 3D-spellen. Met dank aan Gigadata –red. )
Mijn grootste probleem is: de Chinezen kunnen geen nee zeggen. Tenzij na de vijfde keer, wanneer ze eindelijk snappen wat ik vraag. De meeste componenten van onze hardware worden gemaakt op Taiwanese bodem.
Vrijwel niemand begrijpt er Engels. Spijtig genoeg sterven mijn contactpersonen nog liever aan de gevolgen van onthoofding dan dat toe te geven... (windt zich op) ...
bovendien kampen de fabrieken daar regelmatig met stroomtekort:
Je begrijpt dat dit niet noodzakelijk een voordeel is in de communucatie over levertijden en dergelijke. Vandaar mijn frustratie, soms.
2. Pioneer
Interviewer: Volgens mijn voorbereiding ( ik laat hem een indrukwekkende stapel kopieën en handgeschreven nota's zien, –red. ) ben jij één van de Stichtende Vaders van de Gineinders ...
Christiaan: Inderdaad, dat was met Sjak, Gilbert plus nog een paar hele en halve familieleden. Een clubje van acht man, waren we ongeveer. Typisch aan de werking was toén al ons postuur (doet Marc Voets na) en regelmatig bezoek aan de Lascar.
Zondagavond was Peer Wouters onze vaste pleisterplek: we hebben ons daar af en toe vre–se–lijk misdragen, met veel te veel bier en veel te veel lawaai. (glundert)
De mama komt vragen of haar TV niet te hard staat. Ze wil ons vooral niet storen.
situatie : haar TV staat half buiten, half binnen in haar veranda. Wij zitten ongeveer dertig meter verderop, onder de boom. Ik wuif haar zelfbeschuldigende vraag weg met “geen probleem hier”.
Christiaan: Altijd ja zeggen, dat is hoe ik geleerd heb met deze mevrouw samen te leven (grinnikt).
Veel en luid, zo kan ik het gemeenschappelijke profiel van de vroege Gineinders samenvatten. Er waren echter ook verschillen in opvatting.
Hún ideaal was een levensaanloop met zoveel mogelijk bras om tenslotte uit te blazen temidden huisje boompje, beestje. Ik heb daar altijd een beetje náást gestaan.
Mijn pad is veeleer een experiment; zowel met mezelf als met anderen
Veel en luid, zo kan ik het gemeenschappelijke profiel van de vroege Gineinders samenvatten. Er waren echter ook verschillen in opvatting. Hún ideaal was een levensaanloop met zoveel mogelijk bras om tenslotte uit te blazen temidden huisje boompje, beestje. Ik heb daar altijd een beetje náást gestaan. Mijn pad is veeleer een experiment; zowel met mezelf als met anderen. Of nee, toch niet helemaal. Deze overeenkomst met de Gineinders mag je wel noteren: (lacht) ik ben ook een tijdje ondernemer geweest, vanaf mijn laatste jaar HTS al. Samen met Perry was dat, maar vooral naast (grinnikt). We zagen een technische revolutie gebeuren op het gebied van audio–visuele middelen. Al die apparaten werden op de markt gegooid met barslechte, of zelfs géén handleidingen. Van huis uit bezaten wij al een zekere ...euh... affiniteit met elektro–techniek ( de familie Jansen was in die dagen de belangrijkste elektro–dealer van de regio, –red. ) en hielpen onze professoren met hun academische presentaties. Omdat we altijd met ‘front–edge', ‘state–of–the–art' apparatuur werkten, kregen we makkelijk toegang –én opdrachten– in die kringen. Zo begon dat te rollen, en “Interpharm” was geboren. We voerden opdrachten uit voor Philips, IBM, Microsoft. Ik heb er een tijdlang bakken geld mee verdiend ,maar was dus zo naïef die inkomsten niet aan te geven bij de Belastingdienst. Het bedrijfje bleek al snel niet meer levensvatbaar, en ik heb tien jaar boetes afbetaald. (lacht erom) Wat ik nu doe is in wezen precies hetzelfde als toen: altijd bezig met wat nog splinternieuw is: “ the brink of technology ”.( brink betekent: dalrand, steile oever, –red. ) Christiaan: (schiet ineens uit zijn krammen) Morgen moet ik weer een Taiwanees verot schelden: één van mijn directeurs. Er liggen plannen –al héél lang– om ons netwerk te upgraden. Zoals altijd heb ik drie modellen uitgewerkt:
1.een dure (maar een goeie)
2.een halve (haalbaar alternatief)
3.een goedkope (zeer slechte)
En het frustrerende is dat ik, en zij ook, al heel lang precies weten welke oplossing er komt: de goedkoopste. Over iets anders praten heeft geen zin, dat leidt alleen maar tot tijdverlies. Ze willen zich uiteindelijk toch alleen maar indekken tegen elkaar. Aziaten hebben een compleet ander wereldbeeld dan wij hier in het Westen; zij nemen hoofdzakelijk korte termijn beslissingen. “Ik verdien NU goed, en dus gaat alles OK”. (berustend) Ach ja, ik kijk ernaar, en ga ermee om. De moraal van dit verhaal is: proberen zélf te sturen door verantwoordelijkheid te nemen, en daardoor opnieuw structuur scheppen. Het kost een hoop extra energie, maar zolang ik bevredigende resultaten boek, valt het prima mee. Interviewer: Hoe kijk je nu tegen dingen aan; zoals bijvoorbeeld tegen de fles? Christiaan: Ik ben niet geheel alcoholvrij, wel matelijk. Ik beperk me tot één per dag. (opvallend open) Ik heb veel gezien in Novadic, en heb er geleerd om vooral zélf dingen te gaan doen. Al was het maar tegen de verveling. Het komt eigenlijk neer op een geestelijke verslaving. Mensen raken in hun hoofd soms helemaal de weg kwijt. Ik werd er beschouwd als één van de junks, ook door de junks (glimlacht), en de enige methode die er wordt aangemoedigd is om zélf dingen te doen. En dat geldt uiteraard voor iedereen, overal, altijd.Dit is mijn bindmiddel met de Gineinders: een verantwoordelijke ondernemer zijn, je mannetje staan, zélf dingen uitzoeken. Omwille van die mentaliteit vonden wij elkaar aardig, vanaf het begin.4. Roots Interviewer: da's waar ook! We moeten het over de Gineiders hebben. Christiaen: (lacht) Primair waren we een hockeyclub binnenin een hockeyclub. Eerst de Hopbel, later in Liempde. Secundair waren we een op–stap–vereniging, en daarnaast deden we af en toe iets met carnaval. Wanneer sommigen tenminste niet op wintersport gingen... (schatert) Interviewer: (ruikt een opgerakeld schandaal) ...ik heb eens horen zeggen dat sommige Gineinders carnaval liever met hun vriendin doorbrachten dan in het café. De naam van die vriendin heb ik zelfs onderschept: (leest voor) Marie–Louise. Christiaan: (cynisch) ... je informant moet dronken geweest zijn toen hij dat opschreef! (mijmerend) Tsja, de vrouwen bij de Gineinders, dat was van meetaf aan een heikel punt. Ze passen niet goed in zo'n club, dat bleek telkens opnieuw. En het lag nog niet eens aan hen. De Gineinders zijn van oudsher botte, lompe lui, maar wel zo eerlijk als het kan: wanneer iederéén zich zo gedraagt en dat botte van iedereen accepteert is er niks aan de hand. (vertrouwelijk) Maar ja, aan de overkant zaten ook wel een paar moeilijke karaktertjes ... Met de “opruiming”( tijdens de eerste oprichtingsverjaardag van de Gineinders stipuleerde een huishoudelijke verordening dat vrouwen voortaan geen lid meer konden worden, noch konden blijven, –red. ) is het onderlinge vertouwen hersteld, en gebleven. Interviewer: beschrijf je eigen rol in de Gineinders. Christiaan: Ik heb me er hoofdzakelijk weinig mee bemoeid; kijk maar naar mijn persoonlijke geschiedenis. Ik ben nu eenmaal een Einzelgänger, ik heb de club niet zo erg nodig, al vind ik de Gineinders beslist aardig genoeg om er contributie aan te kwijten. De laatste twee jaar is er nog een reden bijgekomen om afstand te houden: ik ben bedeesd om te hervallen in een oude gewoonte ( refereert naar zijn “wilde” periode, – red. ). Ze hebben bovendien totaal andere levens: ze hebben allemaal last van hun vrouwen, kinderen, hun rug ... (grimlacht) Hoewel ik voor mezelf wel degelijk een toekomst openhoud als stichter van een gezinnetje. Misschien wel op een boot? Uw interviewer wil hier onmiddellijk een profiel bij schetsen om de belangstelling van potentiële moeders te wekken (wij moeten tenslotte ook aan onze lezertjes denken), maar helaas komt de mama van Christiaan onverwacht vragen of we misschien wat fris lusten. Christiaan: “Doe ons maar een biertje.” De mama maar ziet aan zijn pretoogjes dat Christiaan dat niet serieus meent en kondigt gespeeld streng aan “Gij krijgt van mij een dubbel fris”. Uw reporter voorspelt dat hij het ook prima zal redden met een enkele (fris). Christiaan: Trouwens wel leuk; spelen met reacties ...5. VisionairChristiaan: De Gineinders, dat is de wereld in het klein, en de wereld legt nog teveel nadruk op het BNP en te weinig op geluk, en de beleving daarvan. Mieke Voets: En dat alles wat eenvoudiger zou kunnen, dat vind ik ook wel. Christiaan: (grappend) Jou is gelukkig niks gevraagd ... Mieke Voets: Maar ik bén ook voor eenvoud. Christiaan: (filosofisch) De Gineinders zullen het op hun beurt allemaal zélf doen. En redden zich wel. Uiteraard. Ik vind het wel goed, zo. Interviewer: Wat voor punten krijgt het huidige bestuur mee van jou? Christiaan: (verwonderd) Oh, hebben wij een bestuur dan? Interviewer: OK dan (licht verbolgen). Je naam staat nog steeds achter de Popcommissie. Christiaan: Parkpop is net afgelopen. En eerder deze zomer zijn de Gentse Feesten weer succesvol afgerond. Een blijver, vind ik persoonlijk (lacht).
Tussen de mama en Christiaan ontstaat plots een warrige dicussie over een sok die zij kwijt is, en waarvoor hij meteen sympathie koestert: “een wezensok”. Tenslotte verdwijnt ze weer in haar keuken om iets anders te zoeken, want ze wil dit interview vooral niet storen.
Christiaan: Eenvoud is het terugbrengen tot de essentie. Mijn ouders beheersen dat perfect, en daar ben ik hun uiterst dankbaar voor, al drijven ze het soms door tot in het absurde. 6. motto, slogan, spreuk, archetype
Christiaan: “Gineind”, zegt dat niet genoeg? Het lijkt me vandaag wel toepasselijk: de meeste Gineinders bleken vruchtbaar en gaan zorgzaam om met hun kinderen. De toekomst is verzekerd, dat is duidelijk. Archie Bunker is te plat, dat is alleen maar een lompe boer, een knorrig karakter zonder verstand. Mart Smeets komt beter in de buurt: dikbuikend plezier scheppen in het leven. Maakt zich nooit druk om futiliteiten; hij ziet er zelfs de lol van in.
Ergens in het huis gaat een telefoon over. Mieke voets komt beteuterd met de draadloze naar ons toe: het was een faxapparaat dat opbelde. Christiaan oppert om er een filter tussen te zetten, want dit gebeurt de laatste tijd te vaak. Onze conversatie verglijdt in techniek met haar mogelijkheden en beperkingen. Een uur later zijn we het roerend eens dat UNIX een superieur Operating System is. Interviewer: Wij danken u voor dit gesprek.

